De afgelopen weken heb ik de documentaire gezien van Pavan Marhé. Het gaat over de moedertaal, Sarnami, van de Hindoestanen afkomstig uit Suriname. Deze taal staat tegenwoordig onder druk, omdat het erop lijkt dat steeds minder mensen de taal spreken en er ook niet in investeren. De jeugd van tegenwoordig spreekt de taal nauwelijks. Niet zo gek ook, want het lijkt erop alsof hun ouders de “kapotte taal” ook niet altijd spreken of overbrengen. Maar welke gevolgen brengt dit met zich mee?

Sarnami de zogenaamde kapotte taal

Sarnami wordt niet door iedereen als een volwaardige taal gezien. Zover ik weet hebben we geen geschrift, corrigeer me als ik het verkeerd heb. De taal wordt niet op scholen aangeleerd, je moet het dus van huis uit meekrijgen. Sommige mensen vinden dat het Sarnami een namaakversie is van het Hindi en dat het maar beter is om te investeren in Hindi.

Ik heb de zogenaamde kapotte taal wel meegekregen van huis uit, maar heel soms moet ik ook om mezelf lachen. Soms stop ik weleens Nederlandse woorden tussen de zinnen, omdat ik niet alle woorden ken. Het klinkt dan apart. Desalniettemin schaam ik me niet. Ik weet niet beter dan dat de taal bij mij en mijn cultuur hoort. Het staat voor mij los van het Hindi.

Trots op je afkomst

De serie heeft mij tot denken gezet. Ik ben zelf in Nederland geboren, maar heb thuis altijd Nederlands en Sarnami gesproken. Het betekent niet dat ik de Nederlandse taal onvoldoende spreek of mij niet goed kan uitdrukken. Het een sluit het ander niet uit en beide talen staan dus los van elkaar. Het is fijn als je met ouderen kan communiceren in de taal die je voorouders tot stand hebben gebracht. Het is een stukje historie, dat naar mijn inzicht niet verloren mag gaan.

Afsterven van de taal

In de serie blijkt al dat de meningen verdeeld zijn. De een is van mening dat het zonde is om Sarnami te spreken of erin te investeren, omdat het een kapotte taal is. Zij vinden dat je beter kan investeren in het spreken van Hindi. De ander is (terecht) trots op zijn of haar afkomst en doet er alles aan om bij te dragen aan het behouden van het Sarnami, zodat het doorgegeven wordt aan de komende generaties. Ondanks dit alles vrees ook ik dat onze taal uiteindelijk zal afsterven.

Ik kan me met meerdere standpunten uit de afleveringen van Pavan Marhé vinden. Ik kan me bijvoorbeeld voorstellen dat je de taal op een gegeven moment niet spreekt, omdat je het nooit hebt geleerd. Op een gegeven moment ben je volwassen, je hebt je hele leven in Nederland doorgebracht en je voelt je prettig om je in het Nederlands uit te spreken.

De jeugd van tegenwoordig spreekt de taal nauwelijks meer, ze verstaan het niet of durven/willen het niet te spreken. Zal Sarnami het overleven? Ik vrees ergens van niet, maar wat is de reden van het afsterven? Ik denk dat het ook nog te maken heeft met de identiteit. In mijn eerdere blog schreef ik al dat de Hindoestaanse Surinamer op zoek is naar zijn of haar identiteit. Zij willen goed presteren in Nederland. Waarschijnlijk geven zij meer prioriteit aan het spreken van Nederlands en communiceren zij gemakkelijker en liever in deze taal.

Culturele verschillen

Hier is misschien wel iets voor te zeggen. In een van de afleveringen wordt ook gesproken over Turkse jongeren. Ik hoor jongeren regelmatig in het Turks met elkaar communiceren. Daarnaast spreken zij ook goed Nederlands. Wat is dan het verschil tussen Turkse en Hindoestaanse jongeren? Ligt het aan de ouders? Spreken alle Turkse ouderen hun moedertaal en leren zij dat hun kinderen ook aan? Doen Hindoestaanse ouderen dat niet of steeds minder? Of ligt het aan de connectie tussen de Hindoestanen en het Sarnami? Voelen zij zich niet verbonden met deze taal?

Ik heb het antwoord niet op deze vragen. Ik weet alleen dat ik blij ben dat ik mijn moedertaal spreek en ook mijn best zal doen om deze taal voort te laten bestaan. Iedereen heeft zijn of haar reden om deze taal wel of niet te spreken, maar spreek alsjeblieft niet van het Sarnami, de kapotte taal.

Hoe kijk jij aan tegen het Sarnami? Investeer jij in deze taal?

Over de auteur

Shalini, mede-oprichtster van hisorher.nl, oftewel Her is: gek op eten, films, social media, de betekenis van het leven en gezelligheid. Reizen ziet ze als haar luxe hobby. Bloggen is haar manier van het uitdrukken van de kleine dingen uit het dagelijks leven.

Gerelateerde berichten

3 reacties

  1. Ritesh

    Sarnami is wel degelijk een “kapotte taal” omdat het een verbasterde versie is van het Bhojpuri. Bhojpuri is de de regionale taal uit het grensgebied tussen Oost Uttar Pradesh en West Bihar in het het noorden van India; strekkende van Allahabad tot aan Patna.

    Het Sarnami is in mijn optiek een kapotte taal allereerst omdat het geen zuiver Bhojpuri is vanwege de sterke invloed van Sranangtongo op deze taal. Woorden als kukru (keuken) of tafra (tafel) zijn hier voorbeelden van. Ook wordt er veel gebruik gemaakt van zelfverzonnen woorden zoals bijvoorbeeld doksa (eend) of plet (bord).

    OOk Sarnami een mix van Bhojpuri en awadhi (een westelijker gelegen dialect tussen ayodhya-Lucknow-Kanpur) een streek met een sterk Islamitisch karakter. Woorden als tarkari (groente) , ghoos (vlees) zijn Hindoestaanse verbasteringen van Perzische woorden. Awadhi leunt vanwege zijn nawabi achtergrond sterk op Urdu.

    Het is tevens ook incorrect om het woord Sarnami synoniem te gebruiken met het woord Hindustani. Hindoestani is de tussenvorm tussen Hindi en Urdu die noch sterk gesanskritiseerd is als het shuddh Hindi en noch een sterk Perzisch-Arabisch karakter als het Urdu.

    Ik heb trouwens voor een half jaar in Oost Uttar Pradesh mogen vertoeven en ik kan je zeggen dat het Bhojpuri daar in de steden grotendeels al is uitgestorven. Ik weet niet hoe de situatie in West Bihar is, maar in Allahabad en Varanasi zijn Bhojpuri zo goed als uitgestorven. De enige die het spreken zijn de arbeiders die uit nabij gelegen dorpen komen en naar de steden trekken voor werk.

    Mensen uit Allahabad (voornamelijk veertigers) hebben mij zelfs gecomplimenteerd voor het spreken van de taal van hun ouders. Zij zelf spraken het matig en hun kinderen al helemaal niet. Het Bhojpuri in India is in de steden al grotendeels verdrongen door het Hindi.

    Het Hindi/Urdu/Hindustani is immers de taal die altijd werd gebruikt in de literatuur en bestuurlijke kring al sinds de tijden van de Mughals. Streektalen zoals Bhojpuri, dat later Sarnami werd, dienden puur als informele omgangstaal. Na de onafhankelijkheid hebben de politieke leiders van India besloten om het Hindi te gebruiken om alle Indiërs ongeacht streek of provincie met elkaar te verbinden.
    Een man in de docu zegt het goed het Hindi verbindt de Hindoestanen wereldwijd, het Sarnami stopt met juist in een hokje.

    Ik beschouw het vasthouden aan Sarnami door oude generatie Hindoestanen dan ook als hun poging om soort nostalgische band met Suriname te kunnen blijven houden. Dit gaat niet werken bij de jongeren in Nederland, die Hindoestaans qua roots en etniciteit zijn maar in NL geboren zijn en die de tussenstop in Suriname niet fysiek hebben meegemaakt. Ik merk van veel Hindoestaanse twintigers die in Nederland geboren zijn dat zij Suriname meer als een mooi vakantieland beschouwen dan als hun land van oorsprong.

    Des te langer de Hindoestanen in Nederland des te meer hun band met Suriname vervaagd en zij zich meer met India gaan identificeren. De ‘indiaman’ uit de docu is hier het grote voorbeeld van.

    Beantwoorden
  2. Jerry

    Hi,

    Ik spreek geen Sarnami, ik kan het wel verstaan.
    Maar in Suriname wordt het nog steeds gesproken.

    Dat het een kapotte taal is, dat hoor ik echt voor het eerst.
    De taal zal dus niet uitsterven, misschien dat het wat minder zal worden in Nederland.

    Beantwoorden
  3. Wahida

    Het is een combinatie van verschillende talen en zelf gemaakte woorden. Ik zou het geen kapotte taal noemen, dat klinkt zo negatief. Ik praat over het algemeen nederlands, versta het sarnami helemaal en ik kan me wel verstaanbaar maken met het praten van sarnami.

    Beantwoorden

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.